Renault type A ‘voiturette’

Uit die passie ontstonden in 1898 de automobielen van Renault. Louis Renault, een jongeman gefascineerd door techniek, was geheel in de ban van de nieuwe voertuigen die de wereld van de individuele mobiliteit volledig op zijn kop zetten. In een loods op het familiedomein in Boulogne-sur-Seine, vlakbij Parijs, bouwde hij zijn eigen auto. Met het optimisme van een prille twintiger ontwierp hij een wagen die sterk verschilde van andere auto’s uit die tijd. Zijn intuïtie zette hem aan om te kiezen voor een licht en stijf buizenchassis, waarop de kleine De Dion-motor van 1,75 pk rustte.

Met zijn technische inzicht ontwikkelde hij een uiterst innovatieve transmissie die diverse vondsten uit die tijd combineerde. Hij liet de klassieke systemen met kettingen en riemen voor wat ze waren en ging voor een cardanas met differentieel. Maar met zijn passie voor techniek opteerde hij uiteindelijk voor een drieversnellingsbak waarvan het laatste tandwiel rechtstreeks in verbinding stond met de achterwielen. Zijn werk bracht een revolutie teweeg op het gebied van transmissies en resulteerde in een kleine en lichte auto die perfect aangepast was aan zijn lichte motor. De voiturette Renault Type A zag het levenslicht.

Maar Renault moest nog klanten zien te vinden om zijn passie mee te delen. Op kerstavond 1898 besloot Renault met zijn voiturette naar Montmartre te rijden via Rue Lepic, de steilste straat van Parijs. Het succes was compleet. De talloze toeschouwers vierden het succes als een zege die een sportieve uitdaging en passie voor innovatie verenigde. De prestatie bezegelde de geboorte van het automerk Renault want de klim resulteerde onmiddellijk in de eerste bestellingen: twaalf exemplaren, met aanbetaling. En dat terwijl Renault nog geen fabriek of onderneming had. Die werd korte tijd later opgericht en legde de basis voor een uitzonderlijk industrieel avontuur.

Op 27 augustus 1899 behaalden Louis en zijn broer Marcel respectievelijk de eerste en de tweede plaats in de race voor amateurs in Parijs-Trouville. Het bleek de ideale gelegenheid om Type A in de schijnwerpers te plaatsen en het publiek van zijn kwaliteiten te overtuigen. De bestellingen liepen binnen en na drie jaar waren er niet minder dan 290 exemplaren van de Type A geproduceerd, een aanzienlijk aantal in die tijd.

Je leest het op Renault Actueel