De Renault RS01 in het kort

De Renault RS01 was de allereerste F1-bolide die turbotechnologie verenigde met de technologie van de radiaalband, met dank aan Michelin. Hij werd ontwikkeld door André de Cortanze en Jean-Pierre Jabouille en was voor het eerst te zien in de Grote Prijs van Groot-Brittannië 1977. In die tijd liet het reglement atmosferische krachtbronnen van 3,0 liter toe, maar ook compressor- en turbomotoren. Renault opteerde voor een 1.5 V6 turbo in een hoek van 90 graden.

De wagen, die van zijn concurrenten de naam ‘Gele Theepot’ kreeg, kampte in zijn eerste wedstrijden met een gebrek aan betrouwbaarheid. Jean-Pierre Jabouille en Renault gaven echter niet op en bleven de motor in 1977 en 1978 verbeteren. De eerste punten kwamen er in 1978, toen de Fransman in Watkins Glen de vierde plaats wist te veroveren in de Grote Prijs van de Verenigde Staten 1978.

De Renault RS01, die verscheidene opeenvolgende ontwikkelingen onderging, leek van toen af nog nauwelijks op de eenzitter die in 1977 aan de wereld werd voorgesteld. Parallel daarmee werden de prestaties het hele jaar opgekrikt. De betrouwbaarheid raakte stilaan op peil en het turbogat-probleem werd geëlimineerd door het gebruik van een dubbele turbo.

De Renault RS01 werd ingezet bij het begin van 1979. In Zuid-Afrika behaalde Jean-Pierre Jabouille de eerste polepositie voor een F1-bolide met turbomotor. Op de hoogten van Kyalami zit er minder zuurstof in de lucht. En terwijl de turbomotoren op vol rendement draaiden, was dat niet het geval bij de vlakke twaalfcilinders van Ferrari en Alfa Romeo, noch voor de V8 Cosworth DFV, die ongeveer 20 procent minder vermogen leveren dan op een circuit op zeeniveau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *