Renault in de Formule 1 van 1977 tot vandaag de dag (deel 2)

Het was het begin van een uiterst succesvolle periode. Eind 1991 was Williams-Renault al uitgegroeid tot het te kloppen duo. In 1992 won Mansell het seizoen op verpletterende wijze en bezorgde hij Renault al in augustus zijn eerste wereldtitel.

Prost, de voormalige officiële Renault-coureur, ging in 1993 aan de slag bij Williams. Ook hij behaalde zijn wereldtitel, alvorens hij met pensioen ging. Er volgden nog andere titels, in 1996 met Damon Hill en in 1997 met Jacques Villeneuve. Williams-Renault behaalde tevens de titels bij de Constructeurs in 1992, 1993, 1994, 1996 en 1997.

In 1995 dreef Renault zijn F1-engagement op dankzij een partnerschap met Benetton. Michael Schumacher behaalde de titel bij de coureurs terwijl Benetton de Constructeurstitel op zijn naam schreef. Dankzij zijn twee partnerteams mocht Renault tussen 1992 en 1997 dus zes wereldtitels toevoegen aan zijn palmares. Tussen 1995 en 1997 won Renault maar liefst 74 procent van de gereden wedstrijden.

Na seizoen 1997 trok Renault zich officieel terug uit de koningsklasse. Williams, Benetton en later ook BAR, bleven echter motoren van Renault-origine gebruiken, die respectievelijk de namen Supertec, Mecachrome en Playlife kregen. In Viry-Châtillon bleef een ontwikkelingsafdeling brainstormen over een toekomstig F1-programma.

Ook dit keer was de officiële afwezigheid van Renault op de startgrids van korte duur. Begin 2001 kondigde het merk met de overname van renstal Benetton aan opnieuw een volwaardige F1-constructeur te worden. Renault leverde zo motoren aan Enstone en een jaar later werd de structuur omgedoopt tot Renault F1 Team. De chassisvestiging bleef in het Verenigd Koninkrijk en werkte nauw samen met de afdeling motorontwikkeling in Viry-Châtillon.

Zie ook ons artikel over de wintertest in Jerez de la Frontera in 2005

In 2003 veroverde Fernando Alonso in Maleisië een eerste polepositie voor het team. De jonge Spanjaard deed nog beter in Hongarije, waar hij het eerste succes boekte voor het Renault F1 Team. Een jaar later zorgde Jarno Trulli voor de zege door de meest prestigieuze wedstrijd te winnen voor Renault: de Grote Prijs van Monaco.

In 2005 was Alonso de te kloppen man: hij werd wereldkampioen bij de piloten terwijl Renault de Constructeurstitel veroverde met acht zeges voor de Spanjaard en zijn teamgenoot Giancarlo Fisichella.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *