Renault in de Formule 1 van 1977 tot vandaag de dag (deel 1)

Al jarenlang waren turbomotoren toegestaan in het technische reglement van de discipline maar niemand durfde de stap te zetten. Op Renault na. In 1976 begon de Franse constructeur in het grootste geheim te testen met een 1,5-literversie van zijn V6. Er stonden verscheidene testen op het programma voor het volgende seizoen.

Met zijn V6 Turbo debuteerde RS01 tijdens de Grote Prijs van Groot-Brittannië van 1977. De bolide met de bijnaam ‘Gele Theepot’ werd toevertrouwd aan Jean-Pierre Jabouille. Hoewel hij de race niet uitreed, maakte hij wel onmiddellijk een sterke indruk. Er bleven nog vier wedstrijden over tot het einde van het jaar, die Renault in staat stelden om waardevolle ervaring op te doen.

Dat leerproces ging voort in seizoen 1978, toen Jabouille de eerste F1-punten binnenhaalde voor Renault – en de eerste voor een turbomotor – door de vierde plaats te veroveren in de Grote Prijs van de Verenigde Staten. In 1979 vertegenwoordigde de overstap naar een dubbele turbo in Monaco een tastbare vooruitgang. Renault kon eindelijk de problemen met het turbogat oplossen en Jabouille behaalde een eerste historische zege in de Franse GP nadat hij in Dijon vanuit pole position vertrok.

Het F1-engagement van Renault begon zijn vruchten af te werpen toen Renault met Alain Prost tweede werd in het Wereldkampioenschap van 1983. Als winnaar van vier manches tegenover drie successen van Nelson Piquet, had de Fransman slechts twee punten voorsprong op de Braziliaan. Hetzelfde jaar werd Renault voor het eerst motorleverancier voor een tweede renstal, Lotus. Later werden nog andere leveringscontracten afgesloten met Ligier en Tyrrell. Tijdens de Grote Prijs van Portugal in 1985 won Ayrton Senna zijn allereerste F1- wedstrijd met een V6-motor van Renault.

Eind 1985 werd het fabrieksteam opgedoekt zodat Renault zich ten volle kon toeleggen op zijn rol van motorbouwer. In 1986 toonde het trio Senna-Lotus-Renault zich de snelste op de grid: de Braziliaan verwierf maar liefst acht poleposities.

Aan het einde van het decennium keerde Renault officieel terug naar de Formule 1, dit keer in partnerschap met Williams. Van bij de eerste campagne in 1989 leidde de samenwerking tot twee GP-zeges, gevolgd door twee andere in 1990. Nigel Mansell, die de Renault-motoren al kende door zijn geschiedenis bij Lotus, vervoegde zich bij de renstal op het einde van het jaar.

Een gedachte over “Renault in de Formule 1 van 1977 tot vandaag de dag (deel 1)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *